Knooppunt Dijl (7)

13

Te laat, veel te laat realiseerde ik mij dat A. andere verwachtingen van mij had dan ik van haar, dat haar beeld van onze relatie niet strookte met het mijne. Ik speelde de bevlogen minaar, maar zij zag mij in een soort vaderrol. Hoe kon ik die rol vervullen? Ik had zelf wel een vader willen hebben. Het leeftijdsverschil was ook niet van dien aard dat de rol van beschermende, geborgenheid biedende ouder daar op natuurlijke wijze uit voortvloeide: ik ben van even vxc3xb3xc3xb3r, zij was van even nxc3¡ de watersnood. We waren dus allebei heel jong.
Maar zij had al een heel leven vol leegte achter zich. Geen wonder dus dat ze wanhopig zocht en dat ze, wat ze vond, vertrapte. Ze kon eenvoudig niet geloven dat wat ze vond was wat ze zocht. Misschien wist ze ook helemaal niet wat ze zocht. En misschien zocht ze niet wat ze vond.
Ik probeerde het haar zoveel mogelijk naar de zin te maken, want ik wilde haar helpen, ik wilde haar een plek op de wereld geven waar ze zich kon thuisvoelen, waar ze zich bemind wist. Ik deed alles voor haar, niet vanuit nobel altruxc3xafsme, maar omdat ik stapelgek op haar was. Wie goed doet, goed ontmoet. Puur eigenbelang! Toen ik pas op mezelf woonde, had ik twee jonge katten geadopteerd, Sjors en Sjimmie, want voor katten moet je altijd humoristische namen verzinnen. Het waren wat ongeregelde dieren, ze zaten elkaar de hele dag achterna en ze waren allergisch voor de kattebak. A. hield niet van katten. Ze was nog geen maand bij mij in huis of ze stelde me voor de keuze: ‘Zij eruit, of ik eruit.’ Dus de Daantje Dierenvriend die ik was met de beesten in een doos naar de Vereniging Kattenzorg die ze aan een nieuw tehuis zou helpen, want Daantje wilde dat zij bleef. Daantje voelde zich een hele Daan als hij naast haar op straat liep. Die woont bij mij, kon je op zijn gezicht lezen.

Van popmuziek hield A. al evenmin. Pianoconcerten, daar was ze dol op, vooral het Vijfde van Beethoven waar ze zelf een aantal maten van kon spelen en wat ze, toen ze die piano had georganiseerd, tot gek wordens toe deed. De plaat die ze ervan had, heb ik in die korte tijd zo vaak gehoord, dat ik er jarenlang niet meer naar heb kunnen luisteren. Mijn eigen plaatjes draaide ik dan maar als ze niet thuis was. Ze ging wel eens mee als ik beroepshalve een popconcert moest bijwonen, van Lou Reed bijvoorbeeld, maar ze zat dan zo ondubbelzinnig te balen en het gebodene zo luidruchtig van commentaar te voorzien dat ook mijn stemming tot ver onder het nulpunt daalde. Misschien heb ik Lou Reed in mijn recensie wel onrecht aangedaan, ik zou het niet meer weten.

14

Het bleef niet bij die piano. Op een goeie dag haalde ze ook een vriendin in huis die het bij haar ouders niet meer uithield. Nu woonde ik ineens met twee vrouwen samen, wat moesten de buren wel denken. G. was in veel opzichten heel anders dan A. Om te beginnen deed ze aan gezondheid, wat inhield dat ze koeken at die op onderzetters leken en dat ze alleen gekookt vlees beliefde. Ook voelde ze zich vaag aangetrokken tot godsdiensten die ver ten oosten van Oldenzaal werden beleden. Yin en yang doorspekten haar conversatie. Om in de juiste sfeer te komen rookte ze, tot A.’s afschuw, shit. Wat Beethoven was voor A., was Lou Reed voor G. Ze onderhield een moeizame relatie met de zanger van de plaatselijke Rolling Stones, maar deed het ook wel eens met de gitarist.
Ze ging gebukt onder het complex dat haar borsten te groot waren, complex waarvan ze wie ze maar tegenkwam binnen vijf minuten deelgenoot maakte, en wie haar tegensprak werd zonder mankeren met de blote feiten geconfronteerd. Het optillen van haar trui was een routine-handeling geworden. Goed, ze waren wat aan de forse kant, die borsten van haar, maar persoonlijk kon ik er geen hekel aan hebben. Ze vertegenwoordigden eerder het ideaal dat door Playboy werd uitgedragen. Toch liet ze zich een chirurgische ingreep niet uit het hoofd praten, zodat we op een dag haar nieuwe borsten konden komen bewonderen in het ziekenhuis.
Intussen was A. bezig met het opknappen van haar huisje, haar ‘stenen ouders’, in een achterafhofje in R. Er was sprake van een keuken annex woonkamer en een wat groot uitgevallen kast die als slaapkamer was gedacht. Er hing de lucht van een kippenhok. A. ging er zogenaamd niet wonen, het was alleen om iets achter de hand te hebben mocht het misgaan tussen ons, maar waarom moest er dan zo nodig telefoon komen, waarom moest de televisie dan verhuizen? Het ging zeker al mis.
Toen beide meisjes naar een onduidelijk feest waren waar ik niet welkom was of zoiets en ik me in mijn eentje in slaap gedronken had, droomde ik dat G. bij mij in bed schoof, haar borsten hadden zich vastgezet in mijn onderbewustzijn. Ik bepotelde haar waar ik maar kon, het was een prettige droom die best langer had mogen duren. Maar ik werd wakker toen A. me van zich afschudde met een woedend: ‘Blijf nou verdomme eens van mijn lijf! Jij kan alleen maar aan seks denken! En je bent dronken!’ Ze was eerder naar huis gekomen omdat het feest haar niet was bevallen. Ik heb haar nooit durven zeggen dat ik dacht dat ze G. was. Waarom eigenlijk niet? Het was toch al te laat.
xc2xa9 1987/2004

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s