Knooppunt Dijl (15)

24

Op die school is het met mij nooit meer wat geworden. De helft van de tijd zat ik te dromen over de leukere meisjes in de klas. Jammer genoeg droomden ze niet over mij, tenminste niet dat ik merkte. Meisjes waren ook altijd zo serieus, al bijna volwassen, en wij jongens dolden maar wat. We praatten veel te hard, grinnikten iets te veel, vertelden veel te verkeerde moppen en meenden in het algemeen dat stoer gedrag de meisjes vanzelf in onze armen zou drijven, en dat kennis van beatmuziek ontzag afdwong. Ik hoefde me nog lang niet te scheren, maar koesterde het donzig groeisel op mijn bovenlip, soms gebruikte ik het wenkbrauwenpotlood van mijn moeder om het meer te doen lijken dan het was. De meisjes intussen ontwikkelden duizelingwekkende vormen, het was een wonder dat je als jongen xc3xbcberhaupt nog naar iets anders keek dan naar meisjes.

Meisjes hadden ook altijd vaders. Hxc3¡d je dan eindelijk eens een afspraakje gemaakt, dan kwam zich er altijd een vader mee bemoeien. Vaders wisten al eerder dan de feministen dat alle jongens potentixc3xable verkrachters zijn, kennelijk, maar voor mij hoefden ze niet bang te zijn. Zolang zo’n afspraakje duurde zat ik naast het meisje in kwestie, meestal met een mond vol tanden want waar moest je het in godsnaam over hebben. Je was ook helemaal alleen, je vrienden waren in geen velden of wegen te bekennen. In films ging het altijd heel anders, daarin hielden de jongens zich gewoon aan het script en dan viel het meisje vanzelf, maar ik had geen script. Gelukkig had haar vader bevolen om haar om half tien thuis te brengen, saved by the bell!

Zo moest het dus niet.

Maar mooi dat er al weer een schooljaar om was. En mooi dat ik weer bleef zitten. Exc3xa9n keer te veel, ik moest van school af. Mijn vader gaf me nog xc3xa9xc3xa9n kans: ik mocht naar de mulo en als ik die met goed gevolg had afgelegd zouden we wel verder zien. Deze vernedering had ook een zonnige kant: ik ging naar een school met allemaal nieuwe meisjes.

25

De nieuwe school had een naam, en niet zo’n beste. Toch ging ik er heen, want mijn vader had er vroeger ook op gezeten. Wat goed genoeg was geweest voor mijn vader, was goed genoeg voor mij – op het gymnasium had ik het hartstochtelijk verprutst, nu moest ik maar eens laten zien dat ik ook zoiets eenvoudigs kon als overgaan naar het volgende leerjaar. Als me dat niet lukte, kon ik gaan werken. Afgelopen met de lol!

Maar die mulo was echt een belachelijk instituut. Zelfs zonder ooit een schoolboek open te slaan kon je cum laude slagen, al wist niemand hier wat dat betekende. Het was een opleiding voor minder begaafden. Niemand die zich ooit iets afvroeg, het leerproces was hier verworden tot lopende band-werk en die band liep zo langzaam dat je hem slapend kon bijhouden. Nee, enigerlei intellectuele uitdaging hoefde ik hier niet te verwachten. Elke inspanning was overbodig.

De leraren maakten zonder uitzondering de indruk dat ze door een rechter ter beschikking van de regering waren gesteld en op deze school moesten lesgeven bij wijze van boetedoening voor het vreselijke dat ze op hun geweten hadden. Je zag ze hunkerend naar buiten kijken, maar ze waren veroordeeld om hun dagen in dit aftandse gebouw, met zijn meubilair dat bij het grofvuil vandaan kwam, te slijten met leerlingen die zich het leven ook wel iets anders hadden voorgesteld. Hun manier van lesgeven was dus, op zijn zachtst gezegd, weinig inspirerend. Voor zover ze niet gek waren, waren ze dat bijna. Ze slingerden zich als dronkemannen door de gangen, hielden zich voor de klas aan hun tafels vast om niet om te vallen en besproeiden de voorste rijen met hun speeksel als zij zich in de lesstof vastbeten. Ze vulden de lokalen met hun muffe lucht en hun ongearticuleerde kreten, die altijd hetzelfde klonken, of wij nu geacht werden om Frans te krijgen, aardrijkskunde of algebra. Ze gromden, snoven, sloegen wild om zich heen, schuimbekten, schudden met hun hoofd, vielen soms zomaar een kwartier stil (o rust!) om dan zonder waarschuwing vooraf ineens de zin te vervolgen waarin ze waren blijven steken.
Het vermoeden bestond dat ze na de lessen in xc3xa9xc3xa9n lokaal werden samen gedreven om gevoederd te worden en de nacht door te brengen.

Meneer Van Balen, die werd verondersteld Engels te geven, maakte het helemaal van eieren: die zakte een keer met bureau en al dwars door het verhoginkje dat bedoeld was om de leraren in een positie te plaatsen die respect en gezag afdwong. Hij lag daar te klapwieken als een doodzieke pinguin en wij maar lachen natuurlijk. In de pauze kende de hele school het verhaal. Het bleef nog lang onrustig in de stad.

xc2xa9 1987/2004

Een gedachte over “Knooppunt Dijl (15)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s