Wij wezen van Rome

Rotterdam, zondag – Een oude man ging heen. Een non-event (geen woordspeling bedoeld) wat mij betreft, want ik ben niet katholiek, maar in het journaal zeggen mensen op ernstige toon dat ze zich verweesd voelen. Alles wat gerokt door de straten van Rome loopt, wordt door televisieploegen achtervolgd.Bij ons aan de overkant, aan de gevel van de Poolse kerk, zijn de vlag van Polen en die van het Vaticaan voorzien van zwarte wimpels. Zo horen wij er ook een beetje bij.

(Van een onzer verslaggevers) :: 10:11 :: : :: O ja joh?

Dromen van Dordrecht

Frits Bolkestein opende de tentoonstelling Dromen van Dordrecht met een redevoering in de Dordtse Augustijnenkerk.

Rotterdam, zondag – Dromen van Dordrecht doe ik niet meer, althans niet dat ik weet. Dromen deed ik lang genoeg in Dordrecht. Een enkele keer renzweef ik nóg door een stad met veel water en bruggen – dat zou Dordrecht kunnen zijn, maar als ik wakker word, kan ik me nauwelijks méér herinneren dan dat ik me voortbeweeg, zonder de straat aan te raken, door een stad die ik vagelijk ken.

Het gaat me nu niet om freudiaanse droomduiding.

Dromen van Dordrecht is de titel van een tentoonstelling in Dordrechts Museum. Vooral in de negentiende eeuw oefende mijn latere geboortestad grote aantrekkingskracht uit op kunstenaars uit binnen- en buitenland. Zij kwamen naar de slapende stad vanwege zijn romantische ligging aan het water en de manier waarop het licht brak boven de rivieren die hier samenvloeiden. Ze maakten navenant romantische schilderijen, op straat, in steegjes, op het water; doorkijkjes, panorama’s, landschappen – haast altijd met de vierkante toren van de Grote Kerk opdoemend in de heiige verte.

Zo droomde ik als kind inderdaad dat Dordt was geweest, ver vóór mijn tijd.Een stad die zich koesterde in de glorie van zijn roemrijke verleden.Wist ik toen veel dat juist in de negentiende eeuw het meeste dat aan dat verleden herinnerde werd afgebroken omdat het de vooruitgang in de weg stond, lelijk werd gevonden of de negentiende-eeuwers er op wees dat zij niet in de schaduw konden staan van de Dordtenaren die twee tot drie eeuwen eerder hadden geleefd en de stad zijn rijkdom en macht bezorgden.

In de jaren waarin ik opgroeide moest je goed zoeken om nog iets van het oude Dordrecht terug te vinden. Wat niet al was verwijderd, was in verval of stond in de steigers. Van de Grotekerkstoren kan ik me niet anders herinneren dan dat die in de steigers stond. Een groot deel van de stad die ik heb gekend is in de jaren zestig en zeventig verdwenen. Uit die tijd stamt de grap dat Dordrecht in tegenstelling tot Rotterdam geen Duitsers nodig had om de stad te vernietigen.

In Dordrechts Museum wordt de stad geëerd zoals die niet meer bestaat – al niet meer bestond toen ik opgroeide. Het is een mooie tentoonstelling, Dromen van Dordrecht, bijzonder door haar inrichting (uitgeknipt uit blauw tapijt de loop der rivieren rond het Eiland van Dordrecht op de vloer van alle zalen op de begane grond) en de zeer fraaie schilderijen waartoe de stad in de negentiende eeuw kunstenaars aller landen inspireerde.

Tegelijkertijd heeft die belangstelling voor het eigen glorieuze verleden ook iets provinciaals, iets navelstaarderigs. Vroeger waren we belangrijk, vroeger kon niemand om ons heen, vroeger lieten we zelfs Amsterdam en Rotterdam ver achter ons.

Vroeger was alles beter.

Vroeger.

2 gedachtes over “Wij wezen van Rome

  1. Hoi Frank,
    Leuk mijmerstuk over Dromen van Dordrecht. En ach… navelstaarderig… het zal wel. Ik beken dat ik me daar wel eens schuldig aanmaak als het om ‘mijn Dordt’ gaat… zoiets van ‘We zijn heus wel een leuke stad hoor!”. Maar toch was het niet de intentie (of de achterliggende gedachte) om ons eigen glorieuze verleden nog eens aan de man te brengen. Het hele idee van de tentoonstelling is gewoon ontstaan op basis van harde feiten. Natuurlijk… tussen 1850 en 1920 was Dordt al lang en breed voorbijgestreefd door Amsterdam en Rotterdam. De kunstenaars kwamen dan ook louter af op het feit dat de industrialisatie hier nog zo lekker buiten beeld gehouden kon worden. En… hoogstwaarschijnlijk ook op elkaar. Vandaar wellicht de aanwezigheid van een componist als Camille Saint-Saens en een schrijver als Marcel Proust. Kunstenaars zochten (zoeken) elkaar op. In Bellevue had men zelfs de mogelijkheid om een ‘eigen’ atelier in te richten en het bier vloeide waarschijnlijk rijkelijk rond het Groothoofd. Mooie site trouwens.

    Groet,

    Kees Thies 😀

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s