Ervaringsverlangen of talentverdoezeling

Rotterdam, zondag – Toen ik eenmaal in De krokodil van Manhattan van Kees xc2xb4t Hart was begonnen, kon ik niet meer ophouden. Ik mxc3xb3est het lezen wel af en toe onderbreken, bijvoorbeeld om te slapen of om te werken, maar op de een of andere manier raakte ik helemaal in de ban van dit boek.
Een zekere Kees ’t Hart is er door een Noord-Nederlandse hogeschool met theateropleiding op uitgestuurd om te onderzoeken hoe het er beleidsmatig bij de wereldberoemd Juilliard School aan toe gaat. Niet echt een romanonderwerp dat appelleert aan een groot publiek, dunkt mij, en de schrijver Kees ’t Hart (dezelfde als de beleidsmedewerker op missie? Die is, wordt ergens gezegd, zo’n vijftien jaar ouder dan de studenten, de schrijver is nu 62. Misschien speelt het boek zich vijfentwintig jaar geleden af, dacht ik nog, maar dat kan niet omdat Derek Wallcot in het boek optreedt en van hem wordt opgemerkt dat hij de Nobelprijs heeft gewonnen: dat was in 1992) lijkt geen moment van plan geweest om zich van een publiek, groot of niet, xc3xbcberhaupt iets aan te trekken.
Bewust verdomt hij het om losse verhaaleinden aan elkaar te knopen en hele pagina’s achter elkaar laat hij zijn naamgenoot spreken over talentverdoezeling, ervaringsverlangen en veranderingsstrategiexc3xabn die hij in verband brengt met de theoriexc3xabn van Mark Twain en Benjamin Harkarvy. Als die termen al worden gehanteerd in het hoger theateronderwijs (of waar dan ook), dan zullen ze alleen voor ingewijden gesneden koek zijn – en ’t Hart gaat nog veel verder. Alsof zijn boek werkelijk het beleidsrapport is waarvoor zijn naamgenoot naar New York werd gestuurd.
Maar deze roman louter op te vatten als satire op het hoger onderwijs is niet mogelijk, want daarvoor haalt de schrijver te veel overhoop. Om te beginnen bevolken echt bestaande of bestaand hebbende figuren het boek. Het is zelfs opgedragen aan de in 2002 overleden Harkarvy, die ooit aan de wieg stond van het Nederlands Dans Theater en die de Kees ’t Hart uit het boek steeds alleen maar vanuit de verte te zien krijgt: het wil maar niet lukken om tot een werkelijke ontmoeting te komen. Derek Wallcot komt naar voren als een malloot die zijn verhalen doorspekt met onverstaanbare prevelementen in het Haxc3xaftiaans. (Die ’t Hart op het eind van zijn week New York wel ongeveer kan verstaan. Is de hele trip dus niet voor niets geweest.)
Dan komen geheimzinnige ontblotingsrituelen aan de orde. De zus van ’t Harts New-Yorkse gastheer ontbloot zich in de slaapkamer van de zich slapend houdende Nederlander en later mag of moet een gezelschap aan tafel de borsten van weer een andere vrouw voelen. ’t Hart ziet er een offerritueel in, maar het fijne ervan ontgaat hem.
Zoals hij ook geen idee heeft waarom hij mee moet als er pakketjes moeten worden bezorgd bij een meneer en mevrouw die ook al uit Haxc3xafti komen. En waarom wordt hem tot twee keer toe door de politie (?) een foto getoond van de zus die ook dichteres blijkt te zijn. En wat is gastheer Theo Xoranvitis nou eigenlijk: antiekhandelaar (met Haxc3xafti-connectie: smokkelaar dus?), dichter, gids op Juilliard, autocoureur?
Omdat de verteller het niet weet, krijgt de lezer het ook niet te weten en daardoor begint de lezer zich gaandeweg net zo wereldvreemd te voelen als Kees ’t Hart in New York is. Dat is tegelijkertijd het fascinerende van dit boek: wat is hier in godsnaam aan de hand? Zit je inderdaad, zoals wordt gesuggereerd, het rapport te lezen dat moet aanzetten tot het invoeren van nieuwe ‘veranderingsstrategiexc3xabn’ op ’t Hart zijn school? Voor hem (de romanfiguur bedoel ik) is te hopen van niet, want het is meer het verslag van iemand die in de war is dan van een beleidsmaker met standvastige ideexc3xabn.
Maar je blijft doorlezen.

2 gedachtes over “Ervaringsverlangen of talentverdoezeling

  1. Ha Frank, dat heb je slim gedaan! Rutger Mazel van de NOS en ik liepen door de barricade heen met ons speciale top-pasje, nadat we een deel van jullie groep de enorme omweg hadden uitgelegd. Maar je ziet, even bluffen met een ander pasje helpt ook šŸ™‚

    Dank voor de lunch en wie weet tot volgend jaar in Brussel!

  2. Ja, Bart, net doen of je neus bloedt, soms helpt het. Die omweg trok ons niet zo aan.
    En die badge bewaar ik, die kan nog van pas komen.
    Volgend jaar weer, bedankt voor je inspirerende aanwezigheid!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s