Abdelkader Benali en het ‘oudste kookboek ter wereld’

Ofschoon zijn vader slager was, ging het vroeger bij Abdelkader Benali thuis nauwelijks over eten. Wel kon de kleine Abdel al vroeg aan de geuren die uit de keuken kwamen, onderscheiden wat voor dag het was.
,,Voor elk bijzonder moment had je een gerecht. Koekjes voor het offerfeest, vermicelli met warme melk als er een kind was geboren, mijn vader slachtte een haan als er familie kwam… Hij had zijn slagerij aan de West-Kruiskade: de geuren die de toko’s daar verspreidden, bakbananen, gember, rijpe vruchten, krabben die uit een ton kropen — het was een soort doorlopende voorstelling,’’ vertelt Benali (41) als we in het Wereldmuseum over de door hem en kunsthistorischa Alexandra van Dongen samengestelde tentoonstelling Ik kook, dus ik ben lopen.
De woorden van de schrijver dienen ter verklaring van zijn belangstelling voor het culinaire, waarvan de televisieserie Chez Benali en het boek Casa Benali eerder getuigden.
Enthousiast leidt hij me rond over de tentoonstelling die opent met een poppenhuis dat in de negentiende eeuw aan een kind van welgestelde ouders toebehoorde. ,,Zie je dat fornuisje? In een van de volgende zalen staat er nog zo één, maar dan een echt. Ik denk dat je op dit speelgoedfornuis ook een eitje kunt bakken. Is het niet mooi?’’
Verderop lopen we Maaike Roozenburg tegen het lijf. De ontwerpster legt de laatste hand aan ,,het oudste kookboek ter wereld’’, drie kleitabletten van vierduizend jaar oud die werden gevonden in het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris in Irak. Het zijn niet de echte kleitabletten die hier liggen (want die bevinden zich in Yale University), maar 3D-scans ervan, het oorspronkelijke spijkerschrift zorgvuldig ingefreesd. Op de wand wordt de vertaling geprojecteerd: recepten voor bouillons, sauzen, stoofpotten en pap van butumtu-graan.
De van oorsprong Syrische kok Maher Al Sabbagh, in Rotterdam onder meer bekend van restaurant Rebelz aan de Rotte, heeft sommige recepten uitgeprobeerd. Abdelkader Benali: ,,Ik ken dit soort gerechten wel uit de Arabische keuken. Ongelooflijk hè, dat ze vierduizend jaar geleden ook al zo werden gemaakt.’’ Maaike Roozenburg: ,,Vlees bereiden in een deegkorst doen we nog steeds, denk maar aan ons saucijzenbroodje. Wij kennen ook smaakcombinaties als ui en knoflook, koriander en komijn en melk en honing.’’
Vierduizend jaar oude, geblakerde knoflooktenen zijn trouwens ook te zien op deze tentoonstelling. Geur zit er niet meer aan, dit in tegenstelling tot een scheepsmodel dat is versierd met kruidnagels. Alsof iemand een kreteksigaretje staat te roken.
Tegen een wand staat een prachtige kast uit 1730 waarvan de laden dienstdoen als driedimensionale encyclopedie van kruiden en specerijen. In vakjes, bedekt door een glasplaat, liggen de simplicia (enkelvoudige grondstoffen) op alfabet uitgestald. Veel van deze kruiderijen koop je tegenwoordig in zakjes bij de supermarkt om de hoek om er het eten mee op smaak te brengen, een paar eeuwen geleden moest je wat lekker was vér halen. Het ging toen niet per se om het lekker: aanvankelijk deden kruiden en specerijen meer dienst in het repertoire van de chirurgijn dan in dat van de keukenmeester.
Een van de kleinste objecten op de zich over twee verdiepingen uitstrekkende tentoonstelling is de ets De pannenkoekenbakster van Rembrandt. Appeltaart naar een historisch Rotterdams recept uit de achttiende eeuw wordt beneden in de lunchroom geserveerd.

Wereldmuseum. Ik kook, dus ik ben. Tot en met 30 juli 2017.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s