‘Ik wil boeken schrijven die pijn doen’

P.C. Hooftprijs 2021 voor Arnon Grunberg

Hier een interview met Grunberg in Algemeen Dagblad van 17 september 2004.

Door Frank van Dijl
Amsterdam – Op de eerste dag van het jaar 5765 openbaart de joodse messias zich als teelbal. Op sterk water, in een potje. De teelbal werd verwijderd bij Xavier Radek na diens mislukte besnijdenis door een bijna blinde bejaarde handelaar in koosjere kaas. Ook als Xavier Radek de eerste niet-joodse én homoseksuele minister-president van Israel is geworden, is de teelbal in het potje, ook wel Koning David genaamd, nooit ver weg.
Absurdistische en hilarische wendingen genoeg in de telefoonboekdikke nieuwe roman van Arnon Grunberg die vandaag op rosj hasjana, joods nieuwjaar, verschijnt en de titel De joodse messias draagt. Een verontrustend boek.
‘Ja,’ beaamt de schrijver, ‘mijn boeken worden steeds verontrustender.’
De schrijver haalt in de vijfhonderd bladzijden van De joodse messias nogal wat overhoop. Clichés over joden worden naar hartelust geëxploiteerd, Xavier Radek die zich vanaf zijn puberteit opwerpt als trooster van de joden komt uiteindelijk tot de conclusie dat hun enige troost de vernietiging is en zijn moeder, de dochter van een SS-er, gelooft dat het Midden Oosten nu geen kruitvat was geweest als ‘Je-weet-wel-wie’ (lees: Hitler) zijn karwei had kunnen afmaken.
Is Arnon Grunberg niet bang dat hij op gevoelige tenen gaat staan?
‘Het is ook een gevoelig boek. Maar het is een roman. Ik denk dat wat op televisie is te zien of wat in kranten staat veel meer impact heeft. Misschien dat er mensen zullen zijn die aanstoot nemen aan een uit zijn verband gerukt citaat. Ik denk dat het wel zal meevallen. De tijd dat je naar de rechter stapte om iets wat in een roman stond, ligt ver achter ons. Of het mogelijk is om een gevaarlijke roman te schrijven, weet ik niet, maar ik wil wel boeken schrijven die een beetje pijn doen.
Wat betreft de clichés over joden: ik spéél daar mee. Natuurlijk schuilt daar een zeker gevaar in, maar ik wil ook laten zien hoe die vooroordelen in de hoofdpersoon wonen, hoe hij ook probeert er van af te komen. Het is een illusie om te denken dat we zo verlicht zijn dat we geen vooroordelen meer hebben.’
Is het feit dat de premier van Israel in het boek homo is een bewuste provocatie?’
Grunberg noemt dat een ‘dramaturgische ingreep’. ‘Ik had de twee belangrijkste karakters, Xavier en Awromele, en ik heb er nog even aan gedacht om van Awromele een vrouw te maken, maar daardoor ging de hele roman uit het lood hangen. En dat een homoseksueel premier van Israel zou zijn: god, er gebeuren zulke gekke dingen, het is helemaal niet ondenkbaar.’
En dat deze premier de wereld in het verderf stort, zegt wat jou betreft niets over homoseksuelen?
‘Ik hoop het niet. Als we zo bang moeten zijn voor discriminatie en racisme dat we in romans elke negatieve toespeling op een bepaalde bevolkingsgroep moeten vermijden, dan is het wel heel treurig met ons gesteld. En áls het zo treurig met ons is gesteld, weiger ik dat te accepteren. Dan kan ik beter ophouden met het schrijven van romans. Dan kan ik beter Postbus 51-spotjes gaan maken.’
Arnon Grunberg publiceert De joodse messias niet bij de uitgeverij die tien jaar geleden zijn verrassende debuut Blauwe maandagen uitbracht, maar bij Vassallucci. Onderstreept dat de afstand tussen dat debuut en deze omvangrijke roman?
De schrijver: ‘Nee. Ik denk niet dat Blauwe maandagen mijn tiende roman had kunnen zijn, maar heel veel dingen die in mijn latere boeken terugkomen, zitten daar als zaadjes al in. Dus het is niet een boek dat tot een ander universum behoort.’
Een rusteloze reiziger, een rusteloze schrijver: De joodse messias verschijnt een jaar en drie maanden na De asielzoeker. Tussendoor kwam nog Grunberg rond de wereld uit en natuurlijk schrijft Arnon Grunberg elke week zijn columns in NRC Handelsblad en de VPRO Gids. Alsof hij haast heeft.
‘Het is niet zo dat ik denk dat ik morgen dood ga – totaal niet. Maar ik wilde dit boek heel graag op mijn drieëndertigste uit hebben. Het bleek een dik boek te worden, dus ik heb stevig doorgewerkt. Ik ben geen workaholic, maar ik vind het wel prettig om gewoon door te werken. Vakantie is ook wel leuk, maar af en toe een stukje schrijven is heel aangenaam.’

Recensie van zijn debuutroman Blauwe maandagen in Algemeen Dagblad van 27 mei 1994.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s